Strijd

Krachten die het huisjeskamp in gevaar brachten

Het leven op het huisjeskamp leek zich altijd in volstrekte harmonie af te spelen, utopisch bijna. Toch ging het niet altijd van een leien dakje.

Windhoos
De windhoos in de avond van 12 juli 1931 was een zware tegenvaller. Vooral omdat de crisisjaren waren begonnen en de loonarbeiders ieder dubbeltje moesten omdraaien. De windhoos tilde daken en schotten op, om ze vervolgens meters verder op de grond te smijten. Maar de kampeerders lieten zich niet uit het veld slaan. Met vereende krachten begonnen ze met het ruimen van het puin om de boel daarna weer op te zetten.

Meer recentelijk, op 6 april 2013, was het afbranden van het recreatiegebouw een grote domper.

Krachten van buitenaf brachten door de tijd heen het voortbestaan van het kampeerterrein in gevaar. Kampeerders van De houten kampeerstad hebben dus door de jaren heen moeten strijden voor hun plek aan zee. En deden dat met succes.

Hoe de wind ook waait, hetzij uit de richting der grond-speculanten, richting zedelijkheidsapostelen, of waar dan ook vandaan, waaien doet het in dezen zin boven het kampeerterrein immer en altijd

Kerk en politiek
Al in 1924 spraken Burgemeester en Wethouders van het aangrenzende ’s-Gravenzande van ‘walgelijke en onzedelijke tooneelen’ die zich in het Hoekse kampleven zouden afspelen. Hij aarzelde dan ook niet om, indien nodig, ‘de meest strenge bepalingen’ in het leven te roepen.

Ook vanuit de kerk, politiek en het villapark vlakbij het kamp kwamen klachten over klederdracht, zedelijkheid en hygiëne. Zowel predikant als pastoor raadde aan om de duinen en het kampeerterrein te mijden.

De kampeerders vonden hun tegenstanders arrogant: ‘daar staan zij, God beter je, een wrak spoortje hooger op de maatschappelijke ladder, een beetje beter roeren zij zich in de financiën, spreken met een zekere air, over den doodgewonen arbeider of diens vrouw, terwijl zij zelf moeite hebben hun hoofd boven water te houden’.

Voorwaarts
Voorwaarts nam het in 1926 op voor de Rotterdamse gezinnen. Volgens de krant probeerden de invloedrijke villabewoners het kamp met unfaire middelen in diskrediet te brengen door de meest dwaze praatjes over zedelijkheidsschandalen rond te strooien.

Zij zouden de autoriteiten willen beïnvloeden om het kampeerterrein te laten verdwijnen. Ook de S.D.A.P. beloofde zich met alle kracht te verzetten tegen elke poging om de kampeerders het leven zuur te maken.

Daarnaast wilde Zomers Buiten (organisatie van vakantieverblijven) er aan het einde van de jaren twintig een vakantieoord vestigen. Kampeerders stonden als één man op, en besloten zich voortaan met al hun krachten tegen hun opponent te verzetten. In andere vooroorlogse plannen maakte het kamp plaats voor een nieuwe villawijk.


Duitsers
Negen jaar later gingen de hoogtijdagen van het kampeerterrein over in de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1940 stonden de kampeerterreinen onder militair gezag en bleven ze gesloten. Een tankgracht van ongeveer 20 meter breed en 4 meter diep liep vanaf 1942 dwars door het terrein van het nieuwe kampeerterrein in aanleg.

Om de Duitse soldaten te beschermen werd de gracht geflankeerd door een strook grond met mijnen, prikkeldraad en drakentanden. De Duitsers gebruikten het terrein van het oude kamp en een deel van het latere nieuwe kamp ook als schijnmijnenveld.

Na de oorlog moest het kampeerterrein weer vanaf het nulpunt worden opgebouwd. De Duitsers hadden de onderdelen van de huisjes als brandhout gebruikt voor de bunkerkachels en de schuttersputten.

Na de Tweede Wereldoorlog
In 1952 was er een uitbreidingsplan in de omgeving van de Schelpweg waarbij een nieuwe weg het kampeerterrein zou doorsnijden. Verder de beveiliging van de kuststrook ten koste van het kampeerterrein in 1955. De rookpluimen van de Maasvlakte die eind jaren zestig de gezonde zeelucht in gevaar brachten. Een krantenbericht van december 1971 over een verhuizing van het huisjeskamp naar het strand.

Er bestonden ideeën over het verbreden van de kust voor de komst van vliegveld Zestienhoven in 1981, waardoor vliegtuigen af en aan zouden overvliegen. Woningbouw op het oude kamp in de jaren negentig. Herstructurering en ver doorgevoerde brandveiligheidsvoorschriften.

Privatisering 2008
In 2008 was het de wens van verantwoordelijk wethouder Bolsius om het huisjeskamp te verkopen. Het scheelde weinig of het geliefde oord was inderdaad in handen van een commerciële projectontwikkelaar gevallen. Een deel van de gepassioneerde bewoners van het kampeerterrein voerde felle weerstand.

En op donderdag 17 juli van dat jaar behaalden ze hun overwinning. Op die dag waren ze met velen naar het Rotterdamse stadhuis gekomen, waar de gemeenteraad een streep trok door de verkoop aan een particuliere investeerder.

Bron citaten: Orgaan van de Vereeniging van Kampeerders R.A.Z, 8 augustus 1931.